Theodore von La Hache
Theodore Felix von La Hache portret Theodore Felix von La Hache
Donderdag 19 Oktober 2017              Bezoekers: 72
Naar de startpagina (met taalkeuze)

von La Hache zijn leven in het kort

von La Hache in Dresden

von La Hache in New Orleans

de muziek van von La Hache beluisteren

bronvermeldingen

Theodore von la Hache


In New Orleans
  1. Schets van zijn leven tussen 1842 en 1869
  2. Von La Hache: de musicus
  3. Von La Hache: de pianist
  4. Von La Hache: de organist/koormeester
  5. Von La Hache: de componist van liederen
  6. Von La Hache: de componist van kerkmuziek



















Schets van zijn leven tussen 1842 en 1869


Naar we thans mogen aannemen, arriveerde Von La Hache in 1842 als immigrant in New Orleans.
De eerste 4 jaren heeft hij werk gezocht, mogelijk als organist, maar in elk geval heeft hij veel tijd besteed om zich te vestigen als muziekpedagoog.
We weten dit, omdat een redacteur van de krant “The Daily Picayune” in 1854 refereert aan het feit, “dat Von La Hache 8 jaar eerder (dus in het tijdvak 1846-1854) bekend stond als een zeer succesvol docent”.
In 1846, op 19 februari trouwt hij in de Kathedraal van St. Patrick in New Orleans met Maria Emilia Johnston.
In februari 1867 loopt hij een loodvergiftiging op, wat een slopende en verlammende invloed zal hebben op het werken met zijn handen.
Juist voordien, had hij met George W. Doll, zijn zakelijke partner, een onderneming opgestart om piano’s te gaan importeren.
Als Von La Hache in juli 1866 aankondigt naar New York te zullen reizen om persoonlijk nieuwe piano’s te gaan uitzoeken, die naderhand in zijn zaak te koop zullen zijn is dat voor New Orleans groot nieuws: aan zijn trip worden in de “New Orleans Times” 3 artikelen gewijd.
Het gaat heel goed met de “Piano Wareroom”: in november 1866 moet men al wegens uitbreiding verhuizen naar het adres Baronnestraat 17, nota bene 6 deuren voorbij Canalstreet. Ook de jongste zoon, Emile, komt dan in de zaak werken. De commerciële activiteiten worden nog verder uitgebreid: Von La Hache gaat zelf muziekpartituur uitgeven. In het eerste kwartaal van 1867 geeft hij de door hem gecomponeerde verzameling “Morning Service” uit, zijnde de liturgische gezangen van de missen van elke morgen.
Eigenaardig is, dat zijn zakenpartner Doll al weg gaat per 1 april 1867: Von La Hache moet nu voortaan zelf zijn boekhouding voeren, wat hem niet gemakkelijk af gaat!

Een groots hoogtepunt in het leven van Von La Hache moet zijn geweest op 27 mei 1868. Von La Hache dirigeert dan namelijk de gezamenlijke Kerkkoren en groot orkest in de uitvoering van de “12e” mis van W.A. Mozart.
De “New Orleans Times”schrijft daarover op 28 mei: “De uitvoering was een triomf !”
In october 1868 verhuist de onderneming opnieuw: van Baronnestraat 17 naar Baronnestraat 20.
Maar daarna wordt het stil rondom de gevierde musicus.
Hij is op zaterdag 13 maart 1869 nog wel bij het concert ten bate van de kerk van Vincentius a Paolo, maar dit zou dan toch echt het einde zijn van een lange serie liefdadigheidsconcerten.
Snel daarna, op 7 mei 1869 is Von La Hache zelf het doel van een benefietconcert.
Het gaat hem inmiddels erg slecht. De “New Orleans Times” schrijft de volgende morgen over Von La Hache: “een van onze meest waardevolle en talentvolle musici, die thans lijdt in armoede en ziekte”.

De zomer van 1869 laat een voortdurende verslechtering zien van de gezondheid.
Typisch is, dat bij de presentatie van de komende “Herfstconcerten” zijn naam niet eens meer wordt genoemd.
Zaterdagmorgen, 21 november 1869 om 06.00u sterft hij. Zijn zoon, Theodore Jr, doet aangifte en geeft als doodsoorzaak op: “ziekelijk hartfalen”.
Lange lofredes verschijnen in de “Tagliche Deutsche Zeitung”, de “New Orleans Times” en de “Daily Picayune”. Men schrijft:
“De dood van de overleden Theodore Von La Hache neemt een man van ons weg, die als inwoner, als echtgenoot en als vader een uiterst bewonderingswaardig voorbeeld was voor allen, die met hem in contact kwam. Voor het grote publiek echter, was de heer Von La Hache voornamelijk bekend als uiterst talentvol musicus, die – of het nu was als componist, dirigent of als docent- in alle opzichten eminent te noemen is. Hij was een uiterst vruchtbaar componist, niet alleen van snel voorbijgaande stukken, die ondanks alles favoriet blijven bij de pianospeler en de zanger in de salon, maar van het soort dat voorbestemd is door te leven, zolang als God wordt aanbeden in aardse tempels. Zijn laatste jaren van gedeeltelijk niet in staat zijn om op actieve wijze zijn beroep te kunnen uitoefenen, werden gebruikt voor het arrangeren van de klassieke bronnen, de muziek rondom het hele Romeinse Kerkelijke Jaar, met inbegrip van de muziek die nodig is voor elke speciale feestdag volgens de Rooms Katholieke Kerk; een gigantisch werk, waarvoor hij de bemoedigende waardering heeft ontvangen van de Prelaten van zijn Kerk.
De heer Von La Hache heeft, vele jaren lang, geleden aan verlammingen, sommige ongeneeslijk, die het hem onmogelijk maakte op enig instrument te spelen, maar, bijgestaan door zijn oudste zoon, bleef hij toch gewoon de organist van de kerk van de H. Theresia en de feitelijke dirigent van zijn muziek, totdat tenslotte hij zwaar beproefd, sinds enige maanden bedlegerig en na een lang lijden, is eindelijk kunnen gaan rusten.
Hij liet, gedurende de 27 jaar dat hij hier inwoner was, een talrijke familie onder ons opgroeien en wij betuigen hen van harte onze deelneming in hun verdriet”.

Na de dood van Von La Hache bleven uitgevers tot in de 20e eeuw doorgaan met het uitgeven van zijn werk, al dan niet in de vorm van bewerkingen.
De meeste gepubliceerde werken zijn thans opgenomen in de bibliotheken in New York, Boston, New Orleans en Baton Rouge.
Naast deze bekende, reeds gepubliceerde werken, zijn er ook nog kleine werkjes bewaard gebleven met niet gepubliceerde religieuze muziek. Deze liggen opgeslagen in de nalatenschap van Henri Fourrier in het Departement of Archives van de Louisiana State University Library in Baton Rouge. In die collectie zijn manuscript kopieën van 4 korte hymnen, een Benediction en 2 lofzangen.












Von La Hache: de musicus



Von La Hache had niet zijn grootste invloed op het publiek van New Orleans als organist of muziekdocent, maar als componist en dirigent, maar vooral als organisator van muzikale evenementen.
Von La Hache werd daarom zeer bekend in de muzikale wereld van zijn tijd, ook buiten de “Crescent City” al voor 1850, omdat Von La Hache als snel de gewoonte had te publiceren in maandelijkse tijdschriften en bladen.
En dan vooral in bladen die in New York verschenen, zoals “Saroni’s Musical Times”, “The Musical World and Times” en “The Message Bird”.
Hij was bij de plaatselijke muziekkenners bekend geraakt, omdat hij zijn werk had laten uitgeven in het Noord-Oosten van de Verenigde Staten (New York, Boston) en het van daar uit liet distribueren naar een groot aantal zaken in het Zuiden.
Vanwege zijn bekendheid kon hij dan ook, samen met Curto, in 1852 de “New Orleans Philharmonic Society” oprichten. De “Daily Picayune” schrijft daarover:
“Wij zijn verheugd te hebben vernomen, dat een aantal muziekbeoefenaars in onze stad van plan zijn een Philharmonische Vereniging op te richten op een brede en permanente basis. New Orleans bezit voldoende kwaliteit voor zo’n Vereniging en we hebben ons al dikwijls over verwonderd, dat zoiets niet eerder is opgericht.
De twee zeer succesvolle kerkconcerten, die onlangs werden uitgevoerd onder de leiding van de heren Curto en La Hache, leverden genoeg bewijs, dat wij genoeg muzikaal talent met een goede kwaliteit hebben en dat onze burgers weten hoe ze deze prestaties waarderen.
De twee heren, die we al noemden, zullen aan het hoofd van de Vereniging staan. Hun professioneel talent en ervaring op dit vlak zijn een garantie dat de doelstellingen van de Vereniging zullen worden uitgedragen. De verkiezing voor deelnemers in de Vereniging zal plaats vinden in de muziekwinkel van Mr. Hewitt, Campstraat 39, waar alle heren, die lid willen worden, worden verwacht. “

De oprichting van de Philharmonic Society bracht Von La Hache brede erkenning bij het publiek voor zijn verdiensten in de artistieke wereld. Enerzijds was hierdoor een organisatorisch raamwerk tot stand gebracht binnen de muzikale stad, anderzijds bouwde Von La Hache hierdoor de reputatie op van een groot weldoener te zijn, omdat hij concerten wilde organiseren voor liefdadige doelen.
Om weldoeners aan te sporen gul te geven, zorgde Von La Hache er steeds voor, dat er altijd minstens een lied op het programma van het concert stond met een zeer hoge emotionele lading, dat bedoeld was om medelijden op te wekken met de ongelukkige mensen zoals weduwen en wezen.
Een bekend lied van deze soort was “The Orphan’s Appeal and Relief” uit de “Grand Dedication Cantata” uit 1852. (De hele “Cantata” was overigens speciaal geschreven voor de openingsceremonie van de “Old Fellows Hall” op 22 november 1852).

Hoe geliefd Von La Hache was geworden, wordt weergegeven door een journalist van de “Musical World and Musical Tunes” uit New York, die in zijn brief van 13 maart 1853 aan zijn redactie schrijft: “Ik vind La Hache een geweldig vent en een door en door musicus, vol enthousiastme voor zijn kunst. Hij heeft een groot talent voor compositie en arrangement en een hele fijne smaak. Hij is uiterst ijverig, zonder verbeelding of eigendunk, vraagt weinig en is geheel toegewijd aan de muziek. Hij is zeer geliefd hier, hij heeft een groot aantal leerlingen en een nog groter aantal vrienden.”

Niet dat Von La Hache het steeds eens was met zijn culturele omgeving.
In een brief van augustus 1853 van Von La Hache aan de redactie van de “Musical World” lezen wij, dat volgens zijn gevoel New Orleans in de afgelopen zomermaanden alleen maar opvalt door loomheid en saaiheid. Hij kan niets melden, dat van enig muzikaal belang zou kunnen zijn.
Wel bericht hij uitvoerig over de verschrikkelijke gevolgen van de gele koorts en de verwoesting die dit in zijn stad mee brengt. Omdat er in New York ook liefdadigheidsconcerten worden gegeven ter ondersteuning van de slachtoffers in New Orleans, besluit hij zijn brief met “U mag best trots zijn op uw stad, die zoveel heeft bijgedragen aan onze liefdadigheidsinstellingen om te proberen de lijdende armen bij te staan.
Ik kan u verzekeren dat we het nodig hadden.
Ik blijf uw vriend en correspondent.
Theodore V. La Hache.”

De trotse “New Orleans Philharmonic Society” ging ten onder. De gele koorts en de Burger Oorlog hadden ook in het mannenkoor verwoestend gewerkt.
Maar zo gauw het weer wel kan, richt Von La Hache een nieuw muzikale vereniging op: 1 januari 1866 komt de “Harmonic Association of New Orleans” tot leven.
Von La Hache wordt benoemd tot muzikaal directeur en zijn zoon Theodore Jr. wordt toegevoegd secretaris.
Uitvoerend secretaris echter wordt Henry Blackmar, de muziekuitgever. Het is dan ook niet toevallig, dat het kantoor van de “Harmonic Association” was gevestigd op de bovenetage van het adres Canalstreet 167: het adres van de Blackmar Publishing Company. Om de muzikale cirkel rond te maken: de repetities werden gehouden in Grunewald’s Muziekwinkel, Canalstreet 129.

Ondanks zijn loodvergiftiging bleef Von La Hache zeer actief werken als organisator en promotor van de “Harmonic Society”. Hij zorgde voor het Soiree van 8 februari 1866 en nam zelf nog deel aan de Soiree’s van 12 april 1866 en 19 juli 1866.

Na de zomer van 1866 verlegt Von La Hache zijn aandacht meer naar de handel. Hij importeert en verkoopt piano’s. De “New Orleans Crescent” schrijft:
“het grote assortiment van de beste piano’s die op het Amerikaanse Continent worden gemaakt en die Professor La Hache zojuist had ontvangen en die ter verkoop staan in zijn vestiging.”

Later zal Von La Hache, samen met zijn zoon, ook muziekpartituren gaan uitgeven.
Wellicht om meer inkomen te verwerven. Echter, zijn ziekte verergert en uiteindelijk sterft hij in armoede in 1869.












Von La Hache: de pianist



Von La Hache had een groot aantal –met name: vrouwelijke- cursisten, die bij hem piano kwamen studeren. Het was dat ook niet ongewoon, dat hij een compositie opdroeg aan een van zijn meest voortreffelijke studentes. (Zie de hieronder weergegeven kopie van zijn compositie: “Improvisation For Piano op het thema My Southern Sunny Home”-opus 613, opgedragen aan zijn leerling, Miss Lizzie Henderson, wat werd uitgegeven door Blackmar & Co.)

Het lied “My Southern Sunny Home” was zowel qua tekst als qua muziek een compositie van William Shakespeare Hays en werd oorspronkelijk ook gepubliceerd door Blackmar & Co in 1864.
Het schijnt een zeer populair lied te zijn geweest, getuige het feit, dat Von La Hache het de moeite waard vond er een Improviatie voor te componeren.
Het lied vertelt het verhaal van een zoon, die terug komt naar huis, zijn moeder weer ontmoet na lange tijd en ziet tot zijn teleurstelling, dat “alles” ondertussen veranderd is.
Het koor zingt het volgende refrein:
My home! My sunny home! My home! My sunny home!
My Southern sunny, sunny home!
Dear mother, I’ve come home to die,
In my Southern sunny, sunny home.

De pianocomposities van Von La Hache werden in de jaren rond 1850 bij elkaar gebracht en gepubliceerd door verschillende uitgevers tot “Verzamelde werken” (Collections).
Zo publiceert Firth, Pound & Co onder de titel: “Musical Album for 1855”
Oliver Ditson uit Boston geeft uit: “Album for 1857” en Von La Hache zelf publiceert in 1858 de verzameling: “Grand Etude de Salon pour piano”.












Von La Hache: de organist/koormeester


In 1850 wordt Von La Hache de eerste organist aan de kerk van de H. Theresia van Avila, hoek Campstreet en Eratostreet in New Orleans.

st theresa kerk Deze kerk werd ontworpen door de architect T.E. Giraud in Gotisch Revival Stijl.
De kerk werd gebouwd in de jaren 1848 en 1849.
De grond waarop werd gebouwd, was een deel van de “Saulet”-plantage en werd aan het kerkbestuur geschonken door mevrouw Therese Saulet.

Behalve organist van de kerk van de H. Theresia van Avila, heeft Von La Hache ook nog een betrekking als “Musical Director” van de kerk van St. Patrick.
Hij blijft als zodanig verbonden aan St. Patrick tot 1855, daarna neemt Gregorio Curto deze functie van hem over.
(Met dank aan Jerry Ripberger van L.A. Images)












Von La Hache: de componist van liederen


Het is opvallend te noemen, dat bijna alle composities van Von La Hache tot 1850 behoren tot muzikale dansen, marsen of arrangementen voor piano.
Hoewel in die tijd de stereotype als neger gegrimeerde zanger (minstrel) uitermate populair was en het dus ook zeker interessant moet zijn geweest om daarvoor te componeren, schijnt Von La Hache daar weinig belangstelling voor te hebben gehad.
Enkele liederen van zijn hand op dit vlak zijn uitgevoerd tijdens de zo genoemde “Ethiopian Concerts” in en rond 1850.

Nee, hij hield zich liever bezig met het schrijven van marsen, polka’s en walsen ter opluistering van particuliere feesten of om aldus buitengewone persoonlijkheden te eren. Zo schreef hij marsen ter ere van het brandweercorps van New Orleans, maar ook voor militaire helden uit de Mexicaanse Oorlog, zoals daar waren: Samuel Ringgold, Zachary Taylor, William Jenkings Worth en Winfield Scott.

Klik hierop om te vergroten
Omdat Von La Hache zeer veel bewondering had voor James Robb (die de spoorlijn ontwikkelde tussen New Orleans en Memphis, droeg Von La Hache een polka op aan deze pionier.

Hij noemde zijn walsen ook naar belangrijk muzikale figuren van zijn tijd, zoals Jenny Lind en de Oostenrijkse pianist Leopold von Meyer.
Ook componeerde Von La Hache ter gelegenheid van de 100e geboortedag van de vermaarde Duitse dichter Schiller een “(Schiller) Festival Cantata, Grand Chorus for Male Voices”.

Zoals zo vele componisten van zijn tijd, schuwde Von La Hache de muzikale pathos ook zeker niet. Een aardig voorbeeld daarvan is het lied “Alone”, opus 31.
Het lied verhaalt in 4 coupletten van de benarde situatie van een radeloze echtgenoot waarvan de vrouw was gestorven en hem dus de zorg overliet voor hun kinderen.

De eerste catalogus met werk van Von La Hache werd gepubliceerd door de Muziekwinkel annex Muziekuitgeverij annex Drukkerij Tylor in New Orleans (1850).
Had Von La Hache in 1850 nog slechts 50 werken op zijn naam staan, in april 1861, toen de Burger Oorlog uitbrak, was hij het opusnummer 500 al gepasseerd!!

Het duurt eigenlijk tot deze Burger Oorlog, dat Von La Hache gaat meedoen met de “mode” om oorlogsliederen en pianostukken te componeren met titels als:
“Freedoms Tear Reverie”, “Grand Parade March of the 5th Company, Washington Artillery (1861) en “The Volunteers Farewell, or Farewell My Dearest Katie” (1862).
Von La Hache wordt daardoor beschouwd als een der grootste componisten van “Confederate Songs” tijdens de Burger Oorlog.

Klik hierop om te vergroten
Maar het meest populaire lied van Von La Hache is ongetwijfeld het extreem emotionele en overgevoelige lied op het gedicht van Abram J. Ryan “The Conquered Banner, (Het Verslagen Vaandel) opus 643, uitgegeven door A.C. Blackmar in New Orleans.
Het is een lied, aangeduid als “Grand Solo voor Mezzo Sopraan of Bariton met Pianobegeleiding”. In de Amerikaanse literatuur wordt dit gedicht ook wel aangeduid als het “Requiem van de Verloren Zaak”.
Abram J. Ryan was een katholiek priester, die deelnam aan de Burger Oorlog aan de zijde van de Zuidelijke Staten. Hij dichtte “The Conquered Banner” nadat de oorlogsheld Generaal Lee zich met zijn troepen had moeten overgeven aan de (Noordelijke) Verenigde Staten van America.












Von La Hache: de componist van kerkmuziek


Pas vanaf 1850 begint Von La Hache ook met het componeren van religieuze muziek, missen en andere soorten kerkmuziek. Met name deze muziek, maakt Von La Hache tot een van de bekendste componisten van New Orleans.
In 1851 voltooit hij zijn eerste grote religieuze werk: “Grand Jubilee Mass”, een werk dat hij opdraagt aan de “Handel & Haydn Society” van Boston.
Von La Hache krijgt in de uitgave van 21 juni 1851 van de “The Daily Crescent” een ovationele pers:
“ …… Wij begroeten met blijdschap en trots elke prijzenswaardige kunstuiting binnen onze stad en daarom voelen we ons zo gelukkig kennis genomen te hebben van een nieuw muzikaal werk van de heer T. La Hache, welke de hoogste lof verdient. Deze componist is reeds bekend bij het publiek door verschillende publicaties zoals Polka’s, Variaties en Fantasieën; tevens is hij een van de meest populaire schenkers van bijdragen aan de toonaangevende muziekbladen van dit land. En nu brengt hij uit een Grand Jubilee Mass voor vier stemmen, opgedragen aan de Boston Händel & Haydn Society. Door zijn werk onder bescherming van een dergelijke gerenommeerde vereniging te plaatsen, geeft de auteur meteen al op de titelpagina aan waar zijn muzikale voorliefde ligt, in welke trant en volgens welke muzikale principes hij zijn Mis gecomponeerd heeft.
Hij is trouw gebleven aan de ‘Duitse School’; hij houdt er zich strikt aan en legt alle valse verfraaiingen die niet horen bij die verheven stijl van componeren naast zich neer. Het is misschien juist om die reden dat de heer La Hache de meeste eer verdient: hij heeft een prachtige compositie tot stand gebracht, zonder het kader uit het oog te verliezen; het is werkelijk geheiligde muziek, van begin tot het einde, zonder enige vreemde toevoegsels. Zo te kunnen componeren vereist natuurlijke aanleg, genialiteit en studie…
Rest ons alleen nog om de componist verder alle succes toe te wensen. Nu hij heeft getracht zijn vleugels uit te spreiden over de kerkelijke muziek, zou hij zich nog een klein beetje meer kunnen verheffen en ons als volgend stuk een Oratorium schenken.
Wij zouden ook graag zijn nieuwste Mis willen horen uitgevoerd door een goed opgeleid koor in deze stad, want ongetwijfeld is dit de wens van een groot aantal mensen, die de Mis nog niet hebben kunnen beluisteren en het alleen hebben kunnen bewonderen vanaf de partituur. ….”

Maar toch blijft het weer enkele jaren stil op het vlak van de religieuze muziekwerken tot het jaar 1855. Dan lijkt het ineens of Von La Hache zich bijna exclusief gaat bezig houden met het componeren van missen.
Tenminste 6 missen worden er dan uitgegeven door Philipp P. Werlein.
Ook in 1855 brengt Von La Hache een set van 3 missen uit, een soort trilogie dus, opgedragen aan respectievelijk de H. Petrus, H. Antonius en de H. Theresia.
De Petrusmis is de enige van de drie, die in zijn oorspronkelijk gepubliceerde vorm bewaard is gebleven. Gemerkt als opus 141 is het een stuk voor 3 partijen, bedoeld voor het Ordinarium van de mis, met orgelbegeleiding en verschillende passages voor solostem.
Andere missen verschijnen pas na zijn overlijden, zelfs tot laat na 1880, toen bij B.Schott’s Sohne maar liefst 9 missen worden uitgegeven, waarvan er dan 2 nog niet eerder zijn gepubliceerd.
En toch is het bijna zeker, dat al deze composities zijn geschreven rond 1855! Daar komen later nog de Union Mass (uit november 1858) en tenslotte zijn laatste mis: “Mis voor de Vrede” (Missa Pro Pace) uit 1864, bij.

Deze Missa Pro Pace is een reaktie van Von La Hache op de verschrikkingen van de Burgeroorlog in 1863, toen praktisch heel Louisiana het toneel was geworden van dood en vernietiging. Hoewel zelfs in 1864 de Confederale soldaten met een verbazing- wekkend uithoudingsvermogen doorvechten, wordt het in dat jaar duidelijk, dat het gevecht om een onafhankelijke Natie van Zuidelijke Staten nutteloos is.
De Mass for Peace is het enige nog bekende religieuze werk wat door een Amerikaan wordt gecomponeerd tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog.
Het wordt door Henry Tolman & Company uit Boston in 1867 uitgegeven als het opus 644 van Von La Hache.
Wellicht is het goed te beseffen, dat deze mis uit 10 delen bestaat en is daarmee ook het langste werk zal zijn dat Von La Hache ooit tot stand zal brengen.
Het werk wordt in 1869 herdrukt door S.T. Gordon uit New York en later nog eens uitgegeven door Hamilton S. Gordon, eveneens uit New York, in 1895.

De eerste uitvoering van deze mis vindt plaats op Palmzondag 9 april 1865 om 10.00uur in de H.Theresiakerk aan de Campstraat.
Vanwege haar lengte kent de mis een vervolg kennen op dinsdagavond 11 april, ’s avonds om 19.00uur.
De opbrengst van de collecte tijdens de mis is voor het Meisjesweeshuis in de Campstraat.

Na het overlijden van Von La Hache in 1869 is het alleen B.Schott’s Sohne, die nog de kerkmuziek van Von La Hache in zijn oorspronkelijke versie uitgeeft.
Al zeer snel worden zijn missen bewerkt.
Bekend worden de arrangementen van B. Hamma.
Zo publiceert Fisher & Bothers in 1891 de bewerking door Hamma van de “Missa in Hon. St. Therese, een werk dat daarbij het opus 421 krijgt.
In datzelfde jaar 1891 volgen de bewerkingen van Hamma van de “Mass in Honor Of The Blessed Sacrament” en de “Mass in Honor of St. Louis”.
Naderhand volgen bij Fisher de bewerkingen van “Unison Mass in G” (in 1896) De “Corpus Christi Mass” (in 1897) en de “Unison Mass in F” (in 1903).
Tenslotte verschijnt bij James A. Reilly in 1925 de bewerkte “Mass in F”.

Zie ook “Overzicht Kerkmuziek”











 
Powered by www.websitetotaal.nl                  Hosted by www.loopID.nl