






|
|
Theodore von la Hache
Muziek
Schets van zijn leven tussen 1842 en 1869
Naar we thans mogen aannemen, arriveerde Von La Hache in 1842 als immigrant in New Orleans.
De eerste 4 jaren heeft hij werk gezocht, mogelijk als organist, maar in elk geval heeft
hij veel tijd besteed om zich te vestigen als muziekpedagoog.
We weten dit, omdat een redacteur van de krant “The Daily Picayune” in 1854 refereert
aan het feit, “dat Von La Hache 8 jaar eerder (dus in het tijdvak 1846-1854) bekend
stond als een zeer succesvol docent”.
In 1846, op 19 februari trouwt hij in de Kathedraal van St. Patrick in New Orleans
met Maria Emilia Johnston.
In februari 1867 loopt hij een loodvergiftiging op, wat een slopende en verlammende
invloed zal hebben op het werken met zijn handen.
Juist voordien, had hij met George W. Doll, zijn zakelijke partner, een onderneming
opgestart om piano’s te gaan importeren.
Als Von La Hache in juli 1866 aankondigt naar New York te zullen reizen om persoonlijk
nieuwe piano’s te gaan uitzoeken, die naderhand in zijn zaak te koop zullen zijn is dat
voor New Orleans groot nieuws: aan zijn trip worden in de “New Orleans Times” 3 artikelen
gewijd.
Het gaat heel goed met de “Piano Wareroom”: in november 1866 moet men al wegens
uitbreiding verhuizen naar het adres Baronnestraat 17, nota bene 6 deuren voorbij
Canalstreet. Ook de jongste zoon, Emile, komt dan in de zaak werken. De commerciële
activiteiten worden nog verder uitgebreid: Von La Hache gaat zelf muziekpartituur
uitgeven. In het eerste kwartaal van 1867 geeft hij de door hem gecomponeerde
verzameling “Morning Service” uit, zijnde de liturgische gezangen van de missen
van elke morgen.
Eigenaardig is, dat zijn zakenpartner Doll al weg gaat per 1 april 1867: Von La
Hache moet nu voortaan zelf zijn boekhouding voeren, wat hem niet gemakkelijk af gaat!
Een groots hoogtepunt in het leven van Von La Hache moet zijn geweest op 27 mei 1868.
Von La Hache dirigeert dan namelijk de gezamenlijke Kerkkoren en groot orkest in de
uitvoering van de “12e” mis van W.A. Mozart.
De “New Orleans Times”schrijft daarover op 28 mei: “De uitvoering was een triomf !”
In october 1868 verhuist de onderneming opnieuw: van Baronnestraat 17 naar Baronnestraat 20.
Maar daarna wordt het stil rondom de gevierde musicus.
Hij is op zaterdag 13 maart 1869 nog wel bij het concert ten bate van de kerk van
Vincentius a Paolo, maar dit zou dan toch echt het einde zijn van een lange serie
liefdadigheidsconcerten.
Snel daarna, op 7 mei 1869 is Von La Hache zelf het doel van een benefietconcert.
Het gaat hem inmiddels erg slecht. De “New Orleans Times” schrijft de volgende morgen
over Von La Hache: “een van onze meest waardevolle en talentvolle musici, die
thans lijdt in armoede en ziekte”.
De zomer van 1869 laat een voortdurende verslechtering zien van de gezondheid.
Typisch is, dat bij de presentatie van de komende “Herfstconcerten” zijn naam niet
eens meer wordt genoemd.
Zaterdagmorgen, 21 november 1869 om 06.00u sterft hij. Zijn zoon, Theodore Jr,
doet aangifte en geeft als doodsoorzaak op: “ziekelijk hartfalen”.
Lange lofredes verschijnen in de “Tagliche Deutsche Zeitung”, de “New Orleans Times”
en de “Daily Picayune”. Men schrijft:
“De dood van de overleden Theodore Von La Hache neemt een man van ons weg, die
als inwoner, als echtgenoot en als vader een uiterst bewonderingswaardig voorbeeld
was voor allen, die met hem in contact kwam. Voor het grote publiek echter, was de
heer Von La Hache voornamelijk bekend als uiterst talentvol musicus, die – of het nu
was als componist, dirigent of als docent- in alle opzichten eminent te noemen is.
Hij was een uiterst vruchtbaar componist, niet alleen van snel voorbijgaande stukken,
die ondanks alles favoriet blijven bij de pianospeler en de zanger in de salon,
maar van het soort dat voorbestemd is door te leven, zolang als God wordt aanbeden
in aardse tempels. Zijn laatste jaren van gedeeltelijk niet in staat zijn om op
actieve wijze zijn beroep te kunnen uitoefenen, werden gebruikt voor het arrangeren
van de klassieke bronnen, de muziek rondom het hele Romeinse Kerkelijke Jaar, met
inbegrip van de muziek die nodig is voor elke speciale feestdag volgens de Rooms
Katholieke Kerk; een gigantisch werk, waarvoor hij de bemoedigende waardering heeft
ontvangen van de Prelaten van zijn Kerk.
De heer Von La Hache heeft, vele jaren lang, geleden aan verlammingen, sommige
ongeneeslijk, die het hem onmogelijk maakte op enig instrument te spelen, maar,
bijgestaan door zijn oudste zoon, bleef hij toch gewoon de organist van de kerk
van de H. Theresia en de feitelijke dirigent van zijn muziek, totdat tenslotte
hij zwaar beproefd, sinds enige maanden bedlegerig en na een lang lijden, is eindelijk
kunnen gaan rusten.
Hij liet, gedurende de 27 jaar dat hij hier inwoner was, een talrijke familie onder
ons opgroeien en wij betuigen hen van harte onze deelneming in hun verdriet”.
Na de dood van Von La Hache bleven uitgevers tot in de 20e eeuw doorgaan met het
uitgeven van zijn werk, al dan niet in de vorm van bewerkingen.
De meeste gepubliceerde werken zijn thans opgenomen in de bibliotheken in New York,
Boston, New Orleans en Baton Rouge.
Naast deze bekende, reeds gepubliceerde werken, zijn er ook nog kleine werkjes bewaard
gebleven met niet gepubliceerde religieuze muziek. Deze liggen opgeslagen in de
nalatenschap van Henri Fourrier in het Departement of Archives van de Louisiana State
University Library in Baton Rouge. In die collectie zijn manuscript kopieën van 4 korte
hymnen, een Benediction en 2 lofzangen.
Von La Hache: de musicus
Von La Hache had niet zijn grootste invloed op het publiek van New Orleans als
organist of muziekdocent, maar als componist en dirigent, maar vooral als organisator
van muzikale evenementen.
Von La Hache werd daarom zeer bekend in de muzikale wereld van zijn tijd, ook buiten
de “Crescent City” al voor 1850, omdat Von La Hache als snel de gewoonte had te publiceren
in maandelijkse tijdschriften en bladen.
En dan vooral in bladen die in New York verschenen, zoals “Saroni’s Musical Times”,
“The Musical World and Times” en “The Message Bird”.
Hij was bij de plaatselijke muziekkenners bekend geraakt, omdat hij zijn werk had
laten uitgeven in het Noord-Oosten van de Verenigde Staten (New York, Boston) en
het van daar uit liet distribueren naar een groot aantal zaken in het Zuiden.
Vanwege zijn bekendheid kon hij dan ook, samen met Curto, in 1852 de “New Orleans
Philharmonic Society” oprichten. De “Daily Picayune” schrijft daarover:
“Wij zijn verheugd te hebben vernomen, dat een aantal muziekbeoefenaars in onze
stad van plan zijn een Philharmonische Vereniging op te richten op een brede en
permanente basis. New Orleans bezit voldoende kwaliteit voor zo’n Vereniging en
we hebben ons al dikwijls over verwonderd, dat zoiets niet eerder is opgericht.
De twee zeer succesvolle kerkconcerten, die onlangs werden uitgevoerd onder de leiding
van de heren Curto en La Hache, leverden genoeg bewijs, dat wij genoeg muzikaal
talent met een goede kwaliteit hebben en dat onze burgers weten hoe ze deze
prestaties waarderen.
De twee heren, die we al noemden, zullen aan het hoofd van de Vereniging staan.
Hun professioneel talent en ervaring op dit vlak zijn een garantie dat de doelstellingen
van de Vereniging zullen worden uitgedragen. De verkiezing voor deelnemers in de
Vereniging zal plaats vinden in de muziekwinkel van Mr. Hewitt, Campstraat 39,
waar alle heren, die lid willen worden, worden verwacht. “
De oprichting van de Philharmonic Society bracht Von La Hache brede erkenning bij
het publiek voor zijn verdiensten in de artistieke wereld. Enerzijds was hierdoor een
organisatorisch raamwerk tot stand gebracht binnen de muzikale stad, anderzijds
bouwde Von La Hache hierdoor de reputatie op van een groot weldoener te zijn,
omdat hij concerten wilde organiseren voor liefdadige doelen.
Om weldoeners aan te sporen gul te geven, zorgde Von La Hache er steeds voor, dat
er altijd minstens een lied op het programma van het concert stond met een zeer
hoge emotionele lading, dat bedoeld was om medelijden op te wekken met de ongelukkige
mensen zoals weduwen en wezen.
Een bekend lied van deze soort was “The Orphan’s Appeal and Relief” uit de “Grand
Dedication Cantata” uit 1852. (De hele “Cantata” was overigens speciaal geschreven
voor de openingsceremonie van de “Old Fellows Hall” op 22 november 1852).
Hoe geliefd Von La Hache was geworden, wordt weergegeven door een journalist van
de “Musical World and Musical Tunes” uit New York, die in zijn brief van 13 maart
1853 aan zijn redactie schrijft: “Ik vind La Hache een geweldig vent en een door
en door musicus, vol enthousiastme voor zijn kunst. Hij heeft een groot talent voor
compositie en arrangement en een hele fijne smaak. Hij is uiterst ijverig, zonder
verbeelding of eigendunk, vraagt weinig en is geheel toegewijd aan de muziek. Hij
is zeer geliefd hier, hij heeft een groot aantal leerlingen en een nog groter
aantal vrienden.”
Niet dat Von La Hache het steeds eens was met zijn culturele omgeving.
In een brief van augustus 1853 van Von La Hache aan de redactie van de “Musical World”
lezen wij, dat volgens zijn gevoel New Orleans in de afgelopen zomermaanden alleen
maar opvalt door loomheid en saaiheid. Hij kan niets melden, dat van enig muzikaal
belang zou kunnen zijn.
Wel bericht hij uitvoerig over de verschrikkelijke gevolgen van de gele koorts en de
verwoesting die dit in zijn stad mee brengt. Omdat er in New York ook liefdadigheidsconcerten
worden gegeven ter ondersteuning van de slachtoffers in New Orleans, besluit hij zijn
brief met “U mag best trots zijn op uw stad, die zoveel heeft bijgedragen aan onze
liefdadigheidsinstellingen om te proberen de lijdende armen bij te staan.
Ik kan u verzekeren dat we het nodig hadden.
Ik blijf uw vriend en correspondent.
Theodore V. La Hache.”
De trotse “New Orleans Philharmonic Society” ging ten onder. De gele koorts en de
Burger Oorlog hadden ook in het mannenkoor verwoestend gewerkt.
Maar zo gauw het weer wel kan, richt Von La Hache een nieuw muzikale vereniging op:
1 januari 1866 komt de “Harmonic Association of New Orleans” tot leven.
Von La Hache wordt benoemd tot muzikaal directeur en zijn zoon Theodore Jr. wordt
toegevoegd secretaris.
Uitvoerend secretaris echter wordt Henry Blackmar, de muziekuitgever. Het is dan ook
niet toevallig, dat het kantoor van de “Harmonic Association” was gevestigd op de
bovenetage van het adres Canalstreet 167: het adres van de Blackmar Publishing Company.
Om de muzikale cirkel rond te maken: de repetities werden gehouden in Grunewald’s
Muziekwinkel, Canalstreet 129.
Ondanks zijn loodvergiftiging bleef Von La Hache zeer actief werken als organisator
en promotor van de “Harmonic Society”. Hij zorgde voor het Soiree van 8 februari 1866
en nam zelf nog deel aan de Soiree’s van 12 april 1866 en 19 juli 1866.
Na de zomer van 1866 verlegt Von La Hache zijn aandacht meer naar de handel. Hij
importeert en verkoopt piano’s. De “New Orleans Crescent” schrijft:
“het grote assortiment van de beste piano’s die op het Amerikaanse Continent worden
gemaakt en die Professor La Hache zojuist had ontvangen en die ter verkoop staan
in zijn vestiging.”
Later zal Von La Hache, samen met zijn zoon, ook muziekpartituren gaan uitgeven.
Wellicht om meer inkomen te verwerven. Echter, zijn ziekte verergert en uiteindelijk
sterft hij in armoede in 1869.
|